Judo

Judo is een vecht-en verdedigingssport die ontstaan is in Japan. Judo is net als jiujitsu en aikido een budosport. Jiujitsu is een sport waarin sporters elkaar in vaste oefenvormen en afspraken elkaar (on)gewapend aanvallen. Deze oefenvormen en afspraken werden door Jigoro Kano als zwakte beschouwd en zodoende ontwikkelde hij judo; een sport waarin randori, dat ‘vrije beweging’ betekent, centraal staat.

Judoka’s, de sporters, proberen elkaar te verslaan door gebruik te maken van elkaars beweging, evenwicht en het minst met eigen kracht. Mannen, vrouwen, jong en oud, beoefenen deze budosport.

Shihan Jigoro Kano 

Jigoro KanoJigoro Kano werd geboren op 28 oktober 1860. Hij was in 1882 de grondlegger van het Kodokan Judo. Jigoro werd op jonge leeftijd veel gepest en ook was hij niet sterk. Daarom besloot hij om aan te sluiten bij een jiujitsu-school. Kano merkte dat bij deze budosport sporters met worpen, klemmen en verwurgingen gewapende aanvallers probeerde te verslaan.Na vele jaren trainen besloot Jigoro Kano zich te richten op de beste technieken en probeerde het begin van het jiujitsu te ontdekken. In 1882 rondde hij zijn studie pedagogiek af aan de Keizerlijke Universiteit in Tokyo. En richtte zich op het ontwikkelen van zijn sport: Judo.

Het werd duidelijk dat judo een sport was die uitgevoerd kon worden vanuit een vloeiende beweging. Hij kreeg veel belangstelling in Japan en zelfs kreeg hij de titel Shihan. Deze titel betekend 'meesterleraar' in het Japans.

Judo

Gevaarlijke acties vanuit de 'oude' budosport jiujitsu werden geweerd en Jigoro Kano richtte zich op het ontwikkelen van judoka’s als persoon. De lichamelijke mogelijkheden werden nu gekoppeld aan de persoonlijke ontwikkeling.

'Judo' staat voor 'zachte weg'. Het deel 'do' (de weg) is het belangrijkste onderdeel. De ontwikkeling van de judoka staat voorop. Dit wordt ook duidelijk als we kijken naar het woord Kodokan.

- 'Ju'

 

- 'Do'

 

- Zachte

 

- Weg

 

          

 

- 'Ko'

 

- 'Do'

 

- 'Kan'

 

- Les of oefening

 

- Weg

 

- Zaal of plaats voor oefening

 

Het Nage-waza of te wel de worpen bestaat uit veel verschillende technieken die worden uitgevoerd om een partner beheerst op de grond te werpen. Deze technieken omvatten het gebruik van handen, heupen, benen en voeten. Daarnaast kan een judoka gebruik Judo - tekensmaken van een offerworp en zijn eigen balans vrijwillig opgeven om de partner te werpen. Op het moment dat een judoka op de grond, het Ne-waza, terecht komt, en dat wil zeggen met twee knieën dan beschikt hij/zij over technieken die hem vervolgens tot actie doen overgaan. Deze technieken bestaan uit grepen waarmee partners op de rug gedrukt worden en dus verslagen worden. Daarnaast beschikt een gevorderde judoka over verantwoorde technieken om een armklem of verwurging te plaatsen.
Een judoka's is zich bewust van de kracht van de tegenstander en kan op deze manier zich zelf verdedigen. Vanaf het begin van de judolessen worden kinderen getraind in het valbreken. Zo leren zij de mogelijkheden van hun eigen lichaam kennen.


Wedstrijdjudo en de Olympische Spelen

 

Wedstrijdjudo wordt overal ter wereld beoefend. Er zijn door de jaren heen veel Nederlandse topjudoka's geweest. Denk maar eens aan Anton Gesink, Wim Ruska, Mark Huizenga, Jessica Gal en Elisabeth Willeboordse.
De basistechnieken mogen dan op het eerste gezicht eenvoudig lijken maar om de top te bereiken moet een judoka veel werk verzetten. Technieken uitvoeren is niet genoeg, je behoort ze te begrijpen!

Judo is sinds de Olympische Spelen van Tokyo (1964) voor mannen en sinds Barcelona (1992) voor vrouwen een Olympische sport. Het is dus een sport die nog altijd groeit. Bij de oorspronkelijke wedstrijden vochten alle gewichten met elkaar, maar bij de Olympische Spelen van Tokyo werden drie gewichtsklassen gevormd: Lichtgewicht, middengewicht en zwaargewicht. Daarnaast is er een open categorie. Dit is nu weer veranderd en zijn er verschillende gewichtsklasses voor junioren en senioren.

Door: Joost van Rens